“Slordig grondgebruik kost 300 miljoen euro per jaar”

Wat is een goede bodem en hoe kunnen we er aan werken? Met deze vraag houdt Christy van Beek zich bezig. Als wetenschapper is zij verbonden aan Alterra, een onderdeel van de Wageningen Universiteit die onderzoek doet naar het behalen en behouden van een vruchtbare bodem. Op de MVO themadag Gezonde Bodem deelde zij haar ervaringen en expertise met de aanwezigen.

“Een goede bodem is een bodem die presteert naar vermogen zonder kwaliteit te verliezen.” stelt Christy. “Na jaren studie is er echter geen eenduidige standaard van een goede bodem. Het is namelijk een mix van de biologische, chemische en fysiologische factoren die sterk afhangen van de locatie. Het maakt nogal verschil of je op de droge bodem van de Veluwe teelt of de rijke poldergronden in het Groene Hart. Het draait allemaal om balans: een gezonde bodem heeft een afdoende organisch stofgehalte.”

Bankrekening
Christy vergelijkt het met een bankrekening. “Een goede bankrekening is in balans waarbij het startkapitaal bestaat uit het moedermateriaal en het klimaat. Wat er vervolgens onder de streep overblijft zal bij een tekort aan nutriënten aangevuld moeten worden met kunstmest of kan hij bijschrijven als winst.”

Het thema van een gezonde bodem is niet een discussie van alleen vandaag de dag. “Als we teruggaan in de tijd zijn er globaal twee soorten maatregelen te zien: maatregelen die zich richten op het verhogen van de hoeveelheid nutriënten en de voorraden in de bodem en maatregelen die zich richten op de beschikbaarheid. Denk dan aan programma’s die zich richten op het vergroten van de vraag naar kunstmest door voorlichting aan telers en de strategie om het aanbod van middelen te vergroten door nutriënten op de markt te blijven brengen.  Beide methoden zijn erop gericht om door middel van (kunst)mest de bodem te verrijken. Vergroten van het aanbod heeft als nadeel dat de betrokkenheid van de telers vrij laag is en de kosten relatief hoog zijn. De projecten die zich richten op het verhogen van de vraag kennen veel demonstraties maar zijn vaak eenmalige succesverhalen die lastig zijn op te schalen.”

Alles heeft zijn voor-en nadelen en Christy pleit niet alleen voor een balans in bodemgebruik maar ook voor een gebalanceerd pakket aan maatregelen. “Bij bodemverrijking en grondgebruik moet je alles in de context zien,” vindt Christy. “Zo is er niet eenduidig antwoord te geven of biologische landbouw een hogere opbrengst geeft of ook daadwerkelijk duurzamer is. Dat hangt af van wat voor waarden je er op loslaat. Zo bevat grond voor biologische teelt een hogere organische stofgehalte maar kan ergens anders in de keten weer en hogere uitstoot aan broeikaseffecten veroorzaken.”

Cultuur
De cultuur is een andere factor waar rekening mee moet worden gehouden: “Teeltbedrijven in derdewereldlanden zijn vaak complexer dan de Nederlandse. Ik vergelijk het vaak met een bord spaghetti. De Afrikaanse boer heeft van alles op zijn grond rondlopen en teelt ook vaak verschillende gewassen. Daarnaast heeft hij nogal eens wat nevenfuncties buiten het agrarische bestaan. Als je dus interventie toepast, ga je in een bord roeren waarin alles meebeweegt. Om effectief aan het werk te gaan is het daarom goed om streng te blijven monitoren en de vinger aan de pols te houden.”

Verdienmodel
“De belangrijkste vraag voor de sector is natuurlijk wat het verdienmodel is in dit onderwerp,” raadt Christy. “Wat mij betreft moet die discussie zich richten op de ‘cost-of-no-action’, oftewel het terugdringen van de kosten voor inefficiënt grondgebruik die de sector per jaar 300 miljoen euro kost. Ik hoop dat dit bedrag de motivatie is om met een grondige analyse de risico’s te inventariseren en aan de slag te gaan om de disbalans terug te dringen.”

Meer informatie:
Alterra
Christy van Beek
E: christy.vanbeek@wur.nl

Bron: www.agf.nl